ENTOCARE C.V. Wageningen
biologische gewasbescherming

|logo webshop

foto

vlag_UK vlag_NL

Mijten zijn kleine spinachtige diertjes.

Mijten zuigen plantensappen uit de bladeren van planten. Hierdoor vindt vaak verkleuring van het blad plaats.

Wanneer de aantasting hevig is, kan het blad zelfs afsterven. Mijten kunnen ook veel schade aanrichten door te zuigen in de groeikoppen.

De eieren van de mijten worden het meest op de bladeren gelegd, vaak beschermd door spinseldraden.

Jonge mijten hebben 3 paar poten, volwassen mijten hebben 4 paar poten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

mijten

Tetranychus urticae (Kasspintmijt)

kenmerken: kleur is afhankelijk van het gewas, variërend van oranje, licht-geel, rood, bruin, wanneer er veel spint op een plant aanwezig is, is er vaak spinsel te vinden, meest in de koppen van de plant, zeer polyfaag, snelle populatieontwikkeling bij hoge temperaturen en lage luchtvochtigheid, bij grote spintaantasting wordt het blad necrotisch, gaan in diapause bij ongunstige omstandigheden (korte dag, dalende temperatuur, minder voedsel); diapausespint is rood van kleur, volwassen mijten hebben 2 donkere vlekken op hun flanken

natuurlijke vijanden: Phytoseiulus persimilis (TETRIX), Phytoseiulus persimilis (SPIDEX), Feltiella acarisuga en Amblyseiulus californicus

waardplanten: zeer polyfaag

Polyphagotarsonemus latus (Begoniamijt)

kenmerken: kleine mijt, 0,15 mm groot. ovaal lichaam, transparant en geelgroen tot donkergroen van kleur, bij mannetjes zijn de achterste poten vervormd tot draadachtige structuren, die worden gebruikt om het ruststadium waaruit het vrouwtje ontstaat te vervoeren, vrouwelijke mijten hebben witte lengtestreep op de rug, eieren zijn langgerekt, ovaal en vrij groot, doorzichtig met witte stippen, komt vooral in groeipunten en bloemknoppen voor, maar ook op de bladeren, veroorzaakt groeimisvormingen, lijkt op schade veroorzaakt door een virus

natuurlijke vijanden: Amblyseiulus californicus en Amblyseiulus cucumeris

waardplanten: o.a. aubergine, begonia, gerbera, paprika, tomaat

Tarsonemus pallidus (Cyclamenmijt)

kenmerken: kleine mijt, 0,25mm groot. volwassen mijten zijn glashelder tot lichtbruin gekleurd, langwerpig en iets ovaal, bij mannetjes zijn de achterste poten vervormd tot draadachtige structuren, die worden gebruikt om het ruststadium waaruit het vrouwtje ontstaat te vervoeren populatie-ontwikkeling bij cyclamenmijt duurt langer dan bij begoniamijt onder kasomstandigheden kan het hele jaar schade optreden, deze mijt komt vooral voor in bloemknoppen, groeipunten en opgerolde bladeren, zorgt voor misvormingen

natuurlijke vijanden: Amblyseiulus californicus en Amblyseiulus cucumeris

waardplanten: azalea, cyclaam

Brevipalpus spp.

kenmerken: 0,3 mm lange, platte, rood tot roodbruine mijt, eieren zijn ellipsvormig en oranje tot rood, zitten vaak langs de nerven van de plant, bewegen traag, beschadigde bladeren krijgen zilverkleurige plekken, die na verloop van tijd bruin worden

natuurlijke vijanden: Amblyseiulus swirskii

waardplanten: varens, palmen

Panonychus citri (Citrusmijt)

kenmerken: volwassen mijten zijn paars-rood met lange witte borstels op de rug, eieren zijn helder rood, komt vooral voor op volgroeide bladeren, meeste schade aan de bovenkant van het blad, op aangetaste bladeren is een gele stippeling zichtbaar, bij grote aantastingen worden delen van het blad necrotisch

natuurlijke vijanden: Amblyseius californicus

waardplanten: citrus, ficus, palmen