ENTOCARE C.V. Wageningen
biologische gewasbescherming

|logo webshop

foto

vlag_UK vlag_NL

Tripsen zuigen plantensappen. Dit doen ze door over het blad te schrapen. Hierdoor ontstaan vlekjes op de bladeren die verkleuren (vaak zilververkleuring).

De tripsen laten op het blad uitwerpselen achter die als donkere vlekjes zichtbaar zijn.

Daarnaast treedt er vaak groeivermindering en vervorming van de bladeren op.

Sommige tripsen kunnen ook virussen overdragen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

trips

Parthenothrips dracaenae (zebratrips)

kenmerken: bladbewonende trips, volwassen tripsen zitten vaak op bovenkant van het blad, larven in groepjes bij elkaar op de onderkant, volwassen tripsen zijn opvallend dwars gestreept (vleugeltekening), larven wit, enigszins doorzichtig, komt vaak voor bij lage luchtvochtigheid op kamerplanten

natuurlijke vijanden: Franklinothrips vespiformis

waardplanten: vrijwel alle (sier) planten zijn gevoelig voor deze plaag

Heliothrips haemorrhoidalis (gestreepte kastrips)

kenmerken: bladbewonende trips, ongeveer 1,5 mm groot, komt zowel op de bovenkant als de onderkant van blad voor, volwassen tripsen donker gekleurd, poten licht, vleugelbasis licht van kleur, vleugels vormen lichte band in de lengterichting van de trips, larven zijn geel, vaak met zwarte vlek, ze hebben een druppel aan het achtereinde van het lichaam, komt vaak in kassen voor

natuurlijke vijanden: Thripobius semiluteus

waardplanten: veel planten zijn gevoelig voor deze plaag

Echinothrips americanus (amerikaanse trips)

kenmerken: bladbewonende trips, ongeveer 1,2 mm groot, volwassen tripsen zijn donker gekleurd, poten donker, lichaam slank, puntige vleugelbasis, rest van de vleugels doorzichtig larven zijn wit, doorzichtig, hebben geen druppel aan het achtereinde van het lichaam, verpopping vindt plaats op het blad, voorkeur voor de onderkant van de bladeren, maar komen ook op de bovenkant en in de bloemen voor, zit vooral onderin het gewas, komt vaak voor in kassen

natuurlijke vijanden: Franklinothrips vespiformis

Waardplanten: o.a. Dieffenbacchia, Hibiscus, paprika

Hercinothrips femoralis (zwarte kastrips)

kenmerken: bladbewonende trips, ongeveer 1,5 mm groot, komen zowel op de bovenkant als op de onderkant van het blad voor, volwassen tripsen zijn donker gekleurd, poten overwegend donker, vleugels zijn donker met drie lichtere banden, larven zijn geel, vaak met zwarte vlek, druppel aan het achtereinde van het lichaam, komt in Nederland zowel binnen als buiten voor

natuurlijke vijanden: Franklinothrips vespiformis, en Thripobius semiluteus

Waardplanten: vaak op eenzaadlobbigen

Frankliniella occidentalis (californische trips)

kenmerken: ongeveer 1,3-1,4 mm groot, volwassen tripsen zijn geel tot oranje van kleur, volwassen tripsen komen vooral in het bovenste gedeelte van de plant voor, bloemknoppen en groeipunten kunnen ernstig misvormd uitgroeien als er bloemknoppen aanwezig zijn, trekt de trips daar naar toe eet ook stuifmeel en komt daarom vaak in bloemen voor, verpopping vindt over het algemeen plaats in de grond, gaat niet in diapause, kan virussen overbrengen, lijkt op Thrips tabaci

natuurlijke vijanden: Amblyseius cucumeris, Amblyseius swirskii, Orius spp., Hypoaspis aculeifer, Hypoaspis miles en Franklinothrips vespiformis

Waardplanten: diverse vruchtgroente- en siergewassen

Thrips tabaci (tabakstrips)

kenmerken: ongeveer 0,8 -1,2 mm groot, kleur van volwassen tripsen is afhankelijk van het voedsel, bevindt zich meestal langs de grote nerven, met name de bladeren worden beschadigd, verpopping vindt over het algemeen plaats in de grond, is diapause gevoelig, kan virussen overbrengen, lijkt erg op Frankliniella occidentalis

natuurlijke vijanden: Amblyseius cucumeris, Amblyseius swirskii, Orius spp., Hypoaspis aculeifer en Hypoaspis miles

Waardplanten: diverse vruchtgroente- en siergewassen