natuurlijke vijanden bladluis
|
Adalia bipunctata lieveheersbeestje tegen bladluis Uiterlijk Een volwassen Adalia bipunctata (= tweestippelig lieveheersbeestje) is ongeveer 4 mm groot. Ze kunnen in verschillende kleurvarianten voorkomen. De meest bekende variant is het rode lieveheersbeestje met twee zwarte stippen. Maar Adalia kan ook zwart zijn met vier rode stippen. De larven zijn grijs van kleur met gele vlekken en lange poten. De eieren zijn langwerpig en geel/oranje. Werking Larven en volwassen Adalia lieveheersbeestjes eten veel soorten bladluizen. De bladluis wordt in het geheel opgegeten. Adalia is vooral geschikt voor de bladluisbestrijding in laanbomen en in hogere planten (bomen) in binnenbeplantingen. Klimaat Adalia kan het best ingezet worden vanaf 15ºC; beneden de 15ºC gaat de ontwikkeling heel langzaam en zal de werking minimaal zijn. Adalia overleeft lagere temperaturen wel. Biologie Adalia bipunctata is een inheems lieveheersbeestje. Een vrouwelijk lieveheersbeestje legt 20 tot 50 eieren per dag. Deze eieren komen binnen 4-8 dagen uit, afhankelijk van de temperatuur. Een volwassen lieveheersbeestje kan 2-3 maanden leven. Toepassing Adalia kan toegepast worden voor de bestrijding van bladluis in laanbomen en binnenbeplantingen. Kan ook in kasteelten en binnenbeplantingen met succes gebruikt worden. Houd rekening met meerdere herhaalde introducties. Het product is gevoelig voor diverse chemische gewasbeschermingsmiddelen. Vraag advies voor inzetstrategie. |
|
Aphelinus abdominalis sluipwesp tegen bladluis
Uiterlijk Een vrouwtje van Aphelinus abdominalis heeft een zwart borststuk, een geel achterlijf, korte poten en korte antennes. Een volwassen Aphelinus is 2,5-3 mm groot. Mannetjes zijn iets kleiner en het achterlijf is donkerder van kleur. Een geparasiteerde bladluis zwelt iets op, wordt langwerpiger van vorm en wordt zwart. Dit wordt een mummie genoemd. Een volwassen sluipwesp verlaat een mummie via een onregelmatig gekarteld gaatje aan de achterkant van de mummie. Werking Aphelinus kan verschillende soorten bladluis parasiteren, maar heeft de voorkeur voor aardappeltopluis (Macrosiphum euphorbiae) en boterbloemluis (aulacorthum solani). Bij Aphelinus speelt gastheervoeding een grote rol. Hiervoor worden de kleinere bladluizen gebruikt, grotere bladluizen worden geparasiteerd. Hyperparasitering komt minder vaak voor dan bij Aphidiussoorten. Klimaat Aphelinus kan bij lagere en hogere temperaturen goed gebruikt worden. In het algemeen komt de bestrijding door Aphelinus abdominalis traag op gang, maar blijft wel langdurig effectief. Biologie De ontwikkeling van ei tot volwassen sluipwesp vindt volledig plaats binnenin de bladluis. Bij 25ºC duurt deze ontwikkeling ± 15 dagen. Een vrouwtje legt de eerste drie weken 5-10 eieren per dag. De gemiddelde levensduur van een vrouwtje is 30 dagen. De volwassen sluipwesp doet aan gastheervoeding waarbij met name de kleine nimfen worden aangeprikt en leeggezogen. Toepassing APHILIX kan in kasteelten en binnenbeplantingen met succes gebruikt worden. Houd rekening met meerdere herhaalde introducties. Het product is gevoelig voor diverse chemische gewasbeschermingsmiddelen. Vraag advies voor inzetstrategie. |
|
Aphidoletes aphidimyza galmug tegen bladluis
Uiterlijk Volwassen Aphidoletes aphidimyza zijn tere insecten van ongeveer 2,5 mm lang. Het vrouwtje heeft een vleugellengte van 2,5-3,5 mm. De poten zijn lang en dun. Bij het mannetje zijn de antennes lang en bezet met haren. Bij vrouwtjes zijn de antennes korter. Eieren zijn klein en glanzend oranjerood, maar moeilijk waar te nemen. De larven zijn in eerste instantie erg klein, langgerekt en oranje van kleur. Verpopping vindt plaats in de grond. Een door de galmuglarve gedode bladluis hangt met zijn zuigsnuit aan het blad. Later kleurt deze bruin of zwart en vergaat. Werking De larve van Aphidoletes is een predator van veel soorten bladluizen. Volwassen galmuggen eten geen bladluizen, maar leggen eieren in de buurt van de bladluiskolonie. Ze zijn 's nachts actief. Honingdauw, geproduceerd door de bladluizen, bevordert de eileg van de galmug. De larve van de galmug injecteert een gif in de bladluis, waardoor de bladluis verlamd wordt en leeggezogen kan worden. Als er veel bladluizen aanwezig zijn, doodt de galmuglarve meer bladluizen dan hij eet. Klimaat Aphidoletes zet het meeste eieren af als de nachttemperatuur boven de 16ºC ligt en de luchtvochtigheid hoog is. Biologie Bij 25ºC duurt de ontwikkeling van larve tot volwassen galmug ± 15 dagen. Een galmuglarve eet 10-100 bladluizen. Een vrouwelijke galmug moet gepaard hebben om eieren te kunnen leggen. De paring moet kort na uitkomen plaatsvinden. Toepassing APHIDEND kan in kasteelten en binnenbeplantingen met succes gebruikt worden. Houd rekening met meerdere herhaalde introducties. Het product is gevoelig voor diverse chemische gewasbeschermingsmiddelen. Vraag advies voor inzetstrategie. |
|
Aphidius colemani sluipwesp tegen bladluis
Uiterlijk Een vrouwtje van Aphidius colemani is zwart met lichtbruine poten, heeft een puntig achterlijf, dat even lang is als de vleugels. Een mannelijke sluipwesp heeft iets langere antennes, een afgerond achterlijf dat korter is dan de vleugels. De poten van het mannetje zijn donkerbruin. Een geparasiteerde bladluis zwelt op en verstart tot een mummie. Een volwassen sluipwesp verlaat een mummie via een rond dekseltje. Werking Aphidius colemani is vooral effectief tegen de katoenluis (Aphis gossypii) en groene perzikluis (Myzus persicae). Aardappeltopluis (Macrosiphum euphorbiae) en boterbloemluis (Aulacorthum solani) worden niet geparasiteerd. A. colemani heeft een goed zoekgedrag, waardoor ook bij lage dichtheden bladluizen geparasiteerd worden. De populatie ontwikkeling kan vooral in zomer en nazomer geremd worden door hyperparasieten. Dit zijn sluipwespen die andere sluipwespsoorten, bijvoorbeeld poppen van Aphidius, parasiteren. Deze gaan daaraan dood. Klimaat Aphidius werkt minder goed bij temperaturen boven de 30ºC. In de zomer kan de sluipwesp ook buiten worden aangetroffen. Biologie De ontwikkeling van ei tot volwassen sluipwesp vindt volledig plaats binnenin de bladluis. Bij 25ºC duurt deze ontwikkeling ± 10 dagen. Een vrouwtje kan meer dan 300 eieren leggen. De meeste eieren worden in de eerste drie dagen na volwassen worden gelegd. De levensduur is ongeveer 10 dagen bij 18-22ºC. Toepassing APHIPAR kan in kasteelten en binnenbeplantingen met succes gebruikt worden. Houd rekening met meerdere herhaalde introducties. Het product is gevoelig voor diverse chemische gewasbeschermingsmiddelen. Vraag advies voor inzetstrategie. |
|
Chrysoperla carnea gaasvlieg tegen bladluis
Uiterlijk Volwassen gaasvliegen (Chrysoperla carnea) zijn 23-30 mm groot, slank, geelgroen. Ze hebben grote, fijngeaderde vleugels. De eieren zitten op doorzichtige steeltjes en zijn groenwit tot wit van kleur. De larven hebben grote kaken en goed ontwikkelde poten. De larve is crèmekleurig met twee bruine banden over het lichaam. Het laatste larvestadium verpopt tot een ronde witte cocon. Restanten van aangevallen bladluizen zijn moeilijk waarneembaar. Ze zijn helemaal verschrompeld. Werking Larven van de gaasvlieg eten bij voorkeur bladluizen, maar kunnen ook andere insecten en mijten eten, zelfs nuttige insecten. Volwassen gaasvliegen leven van stuifmeel, nectar en honingdauw. De larven zijn vooral 's nachts actief en schuilen onder de plant. Ze grijpen de prooi en injecteren speeksel dat zorgt voor vertering. Daarna wordt de prooi leeggezogen. Klimaat Volwassen gaasvliegen gaan dood bij temperaturen boven de 35ºC. Bij een constante temperatuur onder de 10ºC vindt geen volledige ontwikkeling meer plaats. Larven zijn bij een temperatuur rond de 13ºC nog goed actief. Biologie Een vrouwtje kan 400-500 eieren leggen, afhankelijk van de hoeveelheid voedsel die ze kunnen vinden. Ze leven enkele weken. In Nederland kunnen gaasvliegen overwinteren. Ze doen dat als volwassen insect op verscholen plaatsen. De ontwikkeling van ei tot volwassen gaasvlieg duurt 25 dagen bij 28ºC. Een larve eet gemiddeld 300-400 bladluizen van verschillende groottes. Toepassing CHRYSOPA kan in kasteelten en binnenbeplantingen met succes gebruikt worden. Houd rekening met meerdere herhaalde introducties. Het product is gevoelig voor diverse chemische gewasbeschermingsmiddelen. Vraag advies voor inzetstrategie. |
|
Aphidius ervi sluipwesp tegen bladluis
Uiterlijk Een vrouwtje van Aphidius ervi is zwart met lichtbruine poten, heeft een puntig achterlijf, dat even lang is als de vleugels. Een mannelijke sluipwesp heeft iets langere antennes, een afgerond achterlijf dat korter is dan de vleugels. De poten van het mannetje zijn donkerbruin. Aphidius ervi is meestal twee keer zo groot als Aphidius colemani. Een geparasiteerde bladluis zwelt op en verstart tot een goudkleurige mummie. Een volwassen sluipwesp verlaat een mummie via een rond dekseltje. Werking Aphidius ervi is vooral effectief tegen boterbloemluis en aardappeltopluis en is daarom een goede aanvulling op Aphidius colemani. Beide soorten Aphidius hebben een goed zoekgedrag, waardoor ook bij lage dichtheden bladluizen geparasiteerd worden. De populatie ontwikkeling kan vooral in zomer en nazomer geremd worden door hyperparasieten. Dit zijn sluipwespen die andere sluipwespsoorten, bijvoorbeeld poppen van Aphidius, parasiteren. Klimaat Aphidius werkt minder goed bij temperaturen boven de 30ºC. Aphidius ervi is goed aangepast aan lage temperaturen. Zelfs bij een temperatuur van 10ºC vliegen de volwassen sluipwespen nog. Biologie De ontwikkeling van ei tot volwassen sluipwesp vindt volledig plaats binnenin de bladluis. Bij 25ºC duurt deze ontwikkeling ± 10 dagen. Een vrouwtje kan meer dan 300 eieren leggen. De meeste eieren worden in de eerste drie dagen na volwassen worden gelegd. De levensduur is ongeveer 10 dagen bij 18-22ºC. Toepassing ERVIPAR kan in kasteelten en binnenbeplantingen met succes gebruikt worden. Houd rekening met meerdere herhaalde introducties. Het product is gevoelig voor diverse chemische gewasbeschermingsmiddelen. Vraag advies voor inzetstrategie. |
|
Episyrphus balteatus zweefvlieg tegen bladluis
Uiterlijk Een volwassen zweefvlieg is 10-20 mm groot, het borststuk is zwart met een geelbruin schildje. Het achterlijf is opvallen geel met brede en smalle zwarte strepen. Ze lijken op wespen, maar zijn kleiner en hebben kortere antennes. In de lucht kunnen ze stilstaan als een helicopter. De eieren zijn wit, langwerpig en goed met het blote oog te zien. Oudere eieren worden donkerder van kleur. Larven zijn langwerpig en vuilwit van kleur met oranje-bruine strepen. De voorkant is altijd smaller dan de achterkant. Ze hebben geen poten. De ingewanden zijn door de huid zichtbaar. Een pop is 7,5 mm lang en peervormig. Werking Volwassen zweefvliegen hebben nectar en stuifmeel nodig als voedsel. De larven eten bladluis. Ze zuigen de bladluis leeg. Jonge bladluizen worden soms geheel opgegeten. Larven zijn vooral 's nachts actief. Omdat larven grote hoeveelheden bladluizen kunnen eten, kan de bladluispopulatie in korte tijd opgeruimd worden. Larven van Episyrphus zijn geen goede zoeker. Klimaat Episyrphus is niet effectief bij temperaturen onder de 15ºC. Bij een temperatuur lager dan 9ºC gaan de larven dood. Biologie De ontwikkelingsduur van ei tot volwassen zweefvlieg is bij 22ºC 17 dagen. Een vrouwtje legt bij 20ºC gemiddeld 500 eieren in de buurt van bladluiskolonies. Larven eten 300-500 bladluizen gedurende hun leven. Toepassing SYRPHIDEND kan in kasteelten en binnenbeplantingen met succes gebruikt worden. Houd rekening met meerdere herhaalde introducties. Het product is gevoelig voor diverse chemische gewasbeschermingsmiddelen. Vraag advies voor inzetstrategie. |














