Bladluis

Bladluizen behoren, net als witte vliegen en dop-, schild- en wolluizen, tot de suborde van de plantenluizen. Vaak zitten de bladluizen bovenin de plant, op blad- of bloemknoppen. De luizen produceren honingdauw; daaraan is hun aanwezigheid te herkennen. Soms verraden ze zich ook door de grote aantallen witte vervellinghuidjes op de bladeren of in de groeipunten van de plant. Dit zijn resten van de bladluis die overblijven nadat de bladluis verveld is, dood materiaal dus.

Er zijn heel veel verschillende soorten bladluizen, waaronder een groot aantal schadelijke soorten. Je kunt ze binnen in huis of in de kas tegenkomen maar ook buiten in de tuin of op bomen langs de straat . Dat zijn veelal andere soorten dan binnen, deels ook wel dezelfde. De bladluisoorten verschillen onderling sterk: er zijn groene, rode, gele, zwarte en grote of juist hele kleine. Ze kunnen zich heel snel vermenigvuldigen tot flinke kolonies. Daarbij geven ze schade aan de plant: bladeren verkleuren en gaan krullen, worden vies van de honingdauw/roetdauw, koppen vergroeien en hun groei wordt geremd. Bladluizen die in de kas voorkomen zijn berucht omdat ze virussen over kunnen brengen.

Bladluizen zuigen met hun zuigsnuit sappen uit de bladeren van planten. Aangetaste bladeren kunnen uiteindelijk afvallen. Hierdoor wordt de plantengroei geremd en vermindert de opbrengst. Het zuigen aan de plant kan een allergische reactie veroorzaken, waardoor misvorming kan optreden. Overtollig suiker, dat de bladluizen met het plantensap naar binnen krijgen, wordt afgescheiden in de vorm van honingdauw. Dit is een kleverige substantie waarop zwarte roetdauwschimmels kunnen groeien. Soms brengen bladluizen virussen over, waardoor de plant ziek wordt.

Bladluissoorten zijn van elkaar te onderscheiden aan de hand van een aantal kenmerken: lichaamskleur, lichaamsvorm, kleur poten, kleur antennen, vorm en kleur van siphonen (uitsteeksels op achterlijf) en vorm en lengte van de cauda (staart).

Ook buiten kunnen hinderlijke soorten bladluizen voorkomen in bomen, struiken en hagen. Vooral in laanbomen kunnen ze voor veel overlast zorgen. Het betreft meestal specifieke bladluissoorten (ze tasten slechts één type boom aan) zoals de lindebladluis en de esdoornbladluis.

Kenmerken bladluis

  • Vorming van grote kolonies
  • Soms gevleugelde exemplaren
  • Snelle ontwikkeling
  • Levendbarend
  • Meestal aan de onderkant van het blad
  • Veel variatie in grootte en kleur
  • Zuigsnuit waarmee blad aangeprikt wordt

schade door bladluis

  • honingdauw
  • groeiremming
  • misvorming groeipunt
  • misvorming bladeren
  • roetdauw

Producten tegen bladluis:

tegen aardappeltop- en boterbloemluis:

APHIDEND, galmug

PROPYLEA, roofkever

ERVIPAR, sluipwesp

APHILIN, sluipwesp

APHISCOUT, mix van sluipwespen

CHRYSOPA, gaasvlieg


tegen groene perzikluis en katoenluis:

APHIPAR, sluipwesp

APHIDEND, galmug

APHISCOUT, mix van sluipwespen

PROPYLEAroofkever

CHRYSOPAgaasvlieg


tegen appelbloedluis:

EXOCHOMUS, roofkever


tegen lindebladluis en esdoornbladluis:

ADALIA larven, roofkever

PROPYLEA ofwel P14, het 14-stip lieveheersbeestje; uniek product, vooral nuttig in eco-teelt