Rozenkever

Phyllopertha horticola (rozenkever)
Herkennen van rozenkever:

De rozenkever behoort tot de bladsprietkevers en is 8 tot 12 mm groot. Hij is dus een stuk kleiner dan de verwante meikever.  De kever heeft roodbruine, behaarde dekschilden en een zwart lichaam met een blauwgroene glans. De antennes eindigen met een waaiervormige verdikking. De kevers kruipen half mei uit de grond en leggen hun eitjes, na paring, in de grond op een diepte van 10 tot wel 25 cm. De larven worden tot 20 mm groot en worden engerlingen genoemd, net als bij de meikever. De larven hebben een duidelijke kop, 3 paar poten en zijn vuilwit van kleur. De engerling van de rozenkever rolt zich niet op in de hand zoals de meikeverlarve dat doet. Volwassen rozenkevers vliegen midden op de dag, laag over het gras.

Schade van rozenkever:

De volwassen rozenkevers vreten aan blad en bloemknoppen van rozen en andere siergewassen. Ze veroorzaken hierdoor vooral cosmetische schade. De meeste schade wordt echter veroorzaakt door de larven. Ze vreten aan de wortels van grassen en doen dit tot het volgend voorjaar. Hierdoor kunnen dorre, kale plekken in de grasmat ontstaan. De schade wordt nog verergerd door vogels die het gras omspitten op zoek naar de larven.

levenscyclus rozenkever

  • volwassen kevers vliegen vanaf half mei en leggen eitjes onder de grond
  • na enkele weken komen de eitjes uit
  • larven (engerlingen) vreten plantenwortels tot volgend voorjaar
  • engerlingen verpoppen vroeg in het voorjaar
  • cyclus duurt 1 jaar (meikever 3-4 jaar)

planten waarop rozenkever voorkomt:

  • roos, andere siergewassen
  • kleinfruit
  • grasvelden, gazons, golfbanen, sportvelden

Producten tegen rozenkever:

Heterorhabditis bacteriophora:

tot 100 m²

LARVANEM

tot 1000 m²

TERRANEM