Rozenschildluis

Aulacaspis rosae

Herkennen van rozenschildluis:

Een aantasting door rozenschildluis valt op door aanwezigheid van plekken met een witte, schilferachtige structuur. Die plekken zitten vaak vooral op de stam van een struik, vrij verscholen onderin het gewas. Bij rozenschildluis zijn de mannetjes duidelijk verschillend van de vrouwtjes. Beide hebben een lichte vuilwitte tot witte kleur; vrouwtjes zijn min of meer rond, mannetjes zijn langgerekt. Het lichaam van de vrouwtjes dat beschermd ligt onder het lichtgekleurde schild is oranje van kleur. Ook de jongste schildluizen die net onder het moederschild vandaan gekropen zijn, zijn oranje van kleur. Zodra ze zich gevestigd hebben, in de buurt van de moeder, beginnen ze met het aanmaken van het lichtgekleurde schild. Ze blijven de rest van hun leven onder dit schild en verplaatsen zich niet meer. De mannetjes groeien op in een langgerekte wit-geribbelde cocon. Zodra ze volwassen zijn komen ze daaruit. Ze zijn dan gevleugeld en kunnen over een korte afstand vliegen om een vrouwtje te zoeken voor de paring. Hun lichaam is net als dat van de vrouwtjes oranje.

Schade door rozenschildluis:

Rozentelers zijn erg alert op het optreden van rozenschildluis. Ervaring leert dat rozenschildluis soms pas wordt opgemerkt als de aantasting al redelijk gevorderd is. Er ontstaan plekken met een dichte bezetting van schildluis die zich zijwaarts over aangrenzende stammen uitbreiden. Dergelijke heftige aantastingen zorgen voor grote schade: de rozenstruiken worden als het ware leeggezogen, bladeren vergelen en verdrogen en dat zorgt voor verminderde scheut- en bloemvorming. Uiteindelijk kunnen planten volledig dood gaan door de schildluisaantasting.

Biologische bestrijders:

Tegen rozenschildluis is vooral de roofkever LINDIX, Rhyzobius lophanthae effectief als biologische bestrijder. Als die goed op gang komt kan hij de schildluis uiteindelijk volledig opruimen. Bij telers die kiezen voor een biologische / geïntegreerde aanpak en LINDIX inzetten zien we in veel gevallen spontaan 2 soorten sluipwespen in de kas opduiken:  Arrhenophagus en Adelencyrtus. Deze lijken van buiten de kas in te komen en leveren een serieuze bijdrage aan de schildluisbestrijding.

levensscylus rozenschildluis:

  • ontwikkelingsduur is 1 tot 3 maanden
  • in winter staat ontwikkeling nagenoeg stil
  • vrouwtje kan 100-200 eitjes leggen
  • veel sterfte bij jonge crawlers
  • in kas meerdere generaties per jaar

planten waarop rozenschildluis voorkomt:

  • rozen
  • bessenstruiken
  • perenboom

Producten tegen rozenschildluis:

Karnyothrips melaleucus:

KARNYOTRIPS

Rhyzobius lophanthae:

LINDIX